|
Onlangs verschenen in het tijdschrift voor manuele therapie van een van onze leden:
Case report
Manuele therapie bij een 6 jarige met nekgerelateerde hoofdpijn.
Samenvatting
Hoofdpijnklachten bij kinderen komen veel voor. In de literatuur wordt onderzoek naar cervicogene of nekgerelateerde hoofdpijn bij kinderen nagenoeg niet beschreven. De manueeltherapeut kan onderzoeken of deze hoofdpijn van cervicogene oorsprong is. In dit case report wordt het diagnostische en therapeutische proces beschreven bij een kind van 6 jaar met hoofdpijnklachten. Ook voor kinderen met hoofdpijn kan, zoals in deze casus beschreven, manuele therapie effectief zijn wanneer na diagnostiek een relatie met de nek kan worden aangetoond.
Op basis van de beperkingen en functiestoornissen wordt het gezondheidsprofiel van het kind in kaart gebracht. In het diagnostische proces worden stappen doorlopen om aan te tonen of manueeltherapeutische interventie geïndiceerd is. In de beschreven casus bleek dit na vier behandelingen te leiden tot sterke vermindering van de stoornissen en beperkingen.
Geconcludeerd kan worden dat manuele therapie van waarde is bij de behandeling van de hoofdpijn van het patiëntje dat besproken is in deze casus. Op basis van deze casus kunnen geen gegeneraliseerde conclusies worden getrokken; nader onderzoek zal moeten uitwijzen of nekgerelateerde hoofdpijn bij kinderen voorkomt, en of manueeltherapeuten deze hoofdpijn bij kinderen kunnen herkennen en effectief kunnen behandelen
_____________________________________________________________________________________
Hardnekkige hoofdpijn? Weg ermee!
Het is geen migraine, maar wel een lastige, eenzijdige hoofdpijn.Het klopt niet, maar het zeurt. En dat gevoel begint niet bij de ogen, maar juist in de nek om vervolgens uit te stralen naar boven. Mensen met name vrouwen - die kampen met 'cervicogene hoofdpijn' hebben vaak ook vage schouder- of armklachten. Niet zo vreemd, want de oorzaak is een gewrichtsstoornis in de bovenste nekwervels. Die wervels bewegen daardoor moeilijk en soms zijn ook de tussenliggende spieren verkrampt. Australische onderzoekers die tweehonderd van deze chronische hoofdpijnlijders een jaar lang volgden, ontdekten dat manuele therapie de problemen kan oplossen. Een manueel therapeut kan met soepele bewegingen (mobilisaties) of juist wat krachtiger handgrepen (manipulate) de gewrichten ten opzichte van elkaar bewegen. Blokkades kunnen zo al na enkele behandelingen verholpen zijn. Om te voorkomen dat de klachten terugkomen, moeten oefeningen de houding verbeteren en de spieren soepel en stevig maken.
Manuele therapie helpt bij combinatie van schouder- en nekpijn
|
|
|
|
Promovendus |
G.J.D. Bergman, bewegingswetenschapper |
|
Proefschrift |
Manipulative therapy for shoulder complaint in general practice |
|
Promotores |
mw.prof.dr. B. Meyboom-de Jong en prof.dr. K. Postema |
|
Faculteit |
medische wetenschappen Groningen |
|
|
|
Mensen met schouderpijn en daarnaast een pijnlijke of stijve nek, verdubbelen hun kans op herstel als ze hun botten laten ‘kraken’, zo ontdekte bewegingswetenschapper Gert Bergman. Hij pleit er dan ook voor om deze patiënten vaker door te verwijzen naar een manuele therapeut.
Eén op de vijf Nederlanders heeft schouderklachten en de helft van hen heeft ook pijn in de nek. De huisarts behandelt doorgaans met pijnstillers of ontstekingsremmers, of een ontstekingsremmende injectie in het schoudergewricht. Helpt dit niet, dan krijgt de patiënt een verwijzing naar de fysiotherapeut. Hoewel deze strategie op de korte termijn voor veel patiënten effectief is, voorkomt de behandeling niet dat de schouderklachten op den duur vaak terug komen. Dit geldt met name voor patiënten die naast de schouderklachten ook pijn of bewegingsbeperkingen in de nek hebben.
Bergman onderzocht honderdvijftig mensen met schouder- en nekklachten die de huisarts bezochten. Alle patiënten kregen de gebruikelijke behandeling volgens de NHG-standaard voor huisartsen. De helft van hen werd aanvullend behandeld door een manuele therapeut. Na twaalf weken was 43 procent van hen hersteld, ten opzichte van 21 procent van de patiënten die de gebruikelijke behandeling onderging. Ook na een jaar waren de positieve effecten van manuele therapie nog te zien. Bovendien hadden patiënten na manuele therapie minder pijn en waren ze minder beperkt in hun functioneren. Deze effecten zijn te bereiken tegen relatief lage extra kosten, zo becijferde de promovendus.
Manuele therapie effectief bij schouderklachten
Eén op de vijf Nederlanders heeft schouderklachten. Manuele therapie is in combinatie met de gebruikelijke behandeling door de huisarts een effectieve behandeling. Dit blijkt uit onderzoek aan het Universitair Medisch Centrum in Utrecht en de Universiteit van Groningen.. Patiënten hadden na de manuele therapie minder pijn en bewegingsbeperking. Ook waren zij minder beperkt in hun functioneren.
De gebruikelijke behandeling door de huisarts bestaat doorgaans uit medicatie (pijnstillers of ontstekingsremmers), ontstekingsremmende injectie in het schoudergewricht of verwijzing voor fysiotherapie. Manuele therapie als aanvulling op de gebruikelijke behandeling door de huisarts blijkt nu een effectieve methode van behandeling van schouderklachten. De huisarts moet verwijzing voor manuele therapie te overwegen als schouderklachten gepaard gaan met pijn of bewegingsbeperking van de nek.
De resultaten van het onderzoek zijn onlangs in het wetenschappelijke tijdschrift Annals of Internal Medicine gepubliceerd.
Manuele therapie effectief bij schouderklachten Publicatie: September 2004
Manuele therapie bij schouderklachten is in combinatie met de gebruikelijke behandeling door de huisarts een effectieve behandeling. De huisarts moet verwijzing voor manuele therapie te overwegen als schouderklachten gepaard gaan met pijn of bewegingsbeperking van de nek. Dit schrijven samenwerkende onderzoekers van het UMC Utrecht en Universiteit Groningen vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Annals of Internal Medicine.
Eén op de vijf Nederlanders heeft schouderklachten. Schouderklachten zijn een hardnekkig probleem, vooral als dit gepaard gaat met pijn of bewegingsbeperking van de nek. De gebruikelijke behandeling door de huisarts bestaat doorgaans uit medicatie (pijnstillers of ontstekingsremmers), ontstekingsremmende injectie in het schoudergewricht of verwijzing voor fysiotherapie. Dit conform de behandelstandaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), die op basis van resultaten van eerder wetenschappelijk onderzoek is opgesteld. Manuele therapie als aanvulling op de gebruikelijke behandeling door de huisarts blijkt nu een effectieve methode van behandeling van schouderklachten.
Loting Honderdvijftig mensen met schouderklachten die naar de huisarts gingen, en daarbij pijn of bewegingsbeperking in de nek hadden, namen deel aan de studie. Mensen met botbreuken, reumatische aandoeningen of andere aandoeningen, die chirurgische behandeling vereisten, konden niet aan het onderzoek meedoen.
Alle patiënten kregen de gebruikelijke behandeling volgens de NHG-standaard. De helft van hen werd op basis van loting verwezen voor een aanvullende behandeling door een manuele therapeut. Tijdens de behandelperiode van twaalf weken was de manuele therapie gericht op het bestrijden van bewegingsbeperking en pijn in de nek en schouder door manipulaties en mobilisaties.
Herstel na manuele therapie Bij zes weken, drie, zes en twaalf maanden na start van de behandeling werd patiënten gevraagd naar de verbetering van hun schouderklachten. Op al deze tijdstippen waren er meer patiënten hersteld die aanvullende manuele therapie kregen. Na twaalf weken was 43 procent van hen hersteld, ten opzichte van 21 procent van de patiënten die de gebruikelijke behandeling onderging. Ook na een jaar bleef dit resultaat zichtbaar. Bovendien hadden patiënten na manuele therapie minder pijn en bewegingsbeperking, en waren zij minder beperkt in hun functioneren.
Onderzoeksprogramma schouderklachten Dit onderzoek is uitgevoerd door het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde van het UMC Utrecht en de afdelingen Huisarts- en revalidatiegeneeskunde van de Universiteit Groningen. Het onderzoek is gesubsidieerd door NWO en is het eerste in een reeks uit een landelijk onderzoeksprogramma inzake de prognose en behandeling van schouderklachten in de eerstelijns gezondheidszorg.
Bron: UMC
Manuele therapie is bij nekpijn het best en ook het goedkoopst Mensen met nekpijn hebben meer baat bij manuele therapie dan bij fysiotherapie of zorg door de huisarts. De manueel therapeut is bovendien goedkoper. Dat blijkt uit onderzoek van het EMGO-instituut, onderdeel van het Vrije Universiteit Medisch Centrum in Amsterdam. De manuele therapie bleek bij nekpijn duidelijk het best te werken: na zeven weken was 68% van de patiënten vrij van klachten, vergeleken met 51% in de fysiotherapiegroep en 36% na een huisartsbehandeling. Zie ook: bmj.com [top] 27 april 2003
Tachtig procent ouderen met heupslijtage gebaat bij manuele therapie Bij patiënten met heupslijtage is manuele therapie effectiever dan het geven van fysiotherapie. Ook geeft manuele therapie meer verlichting van pijnklachten en stijfheid en meer verbetering van het lopen. Heupslijtage (artrose) komt veel voor. Ongeveer tien procent van alle ouderen heeft deze ongeneeslijke aandoening. Manuele therapie bestaat uit specifieke manipulatietechnieken door gespecialiseerde fysiotherapeuten, waarbij de gewrichten worden gemanipuleerd. 81% Van de patiënten die met manuele therapie waren behandeld, gaven na behandeling verbetering aan. Van de groep die met fysiotherapie was behandeld, was dat 50%. Daarnaast hield het effect stand tot zes maanden na het stoppen van de behandeling. Artrose kan niet genezen worden, maar de klachten kunnen wel worden verlicht met medicijnen en fysiotherapie. Het was al langer bekend dat het doen van oefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut effectief is. Manuele therapie blijkt echter meer verlichting van de klachten te geven en ook nog langer te helpen dan oefentherapie. Dit blijkt uit het onderzoek waarop Hugo Hoeksma op 25 februari promoveert aan het VU medisch centrum. Hij vergeleek een groep patiënten die werd behandeld met fysiotherapie met een groep patiënten die manuele therapie onderging. Het onderzoek werd uitgevoerd op de polikliniek van ziekenhuis Leyenburg in Den Haag. 25 februari 2004
|